Het klinkt een beetje hetzelfde: direct thermisch en thermisch transfer. Maar er is verschil en dat leggen we hier uit. Zodat jij niet de verkeerde labels bestelt en ook bij de aanschaf van een labelprinter de juiste keuze maakt.

Direct thermisch printen

Deze techniek is geschikt voor etiketten en labels die niet lang mee hoeven gaan. Denk aan verzendlabels of etiketten die op verswaren zoals groente en fruit worden geplakt. De techniek gebruikt warme om de bedrukking aan te brengen. Een printkop verwarmt de plekken waar de bedrukking moet komen. De toplaag van een direct thermisch etiket verkleurt door de warmte. Het voordeel: er is geen inktlint nodig. Door met je nagel over de toplaag te krassen ziet je of een label direct thermisch is. Deze verkleurt op de plek waar je gekrast hebt.

Thermisch transfer printen

De printer van thermisch transfer labels gebruikt wel een inktlint voor de bedrukking. Deze labels hebben dan ook geen toplaag. Het lint tussen de printkop en het label zorgt voor de bedrukking, ook door warmte te gebruiken. Een beetje zoals carbonpapier werkte, maar dan met warmte. Het voordeel is dat deze etiketten veel langer leesbaar blijven. Ze worden gebruikt in bijvoorbeeld zorginstellingen (voor patiëntenregistratie) en het aanbrengen van productinformatie en barcodes op apparatuur.

Printers

Er zijn weinig printers die thermisch transfer labels printen. De Zebra (T)LP 2844 en de Toshiba B-EV4T zijn voorbeelden.

Meer weten over welke techniek past bij jouw toepassing? Neem contact met ons op!